Eisen op het gebied van financiële en economische draagkracht zijn gericht op het garanderen van continuïteit van de opdrachtnemer. Daarvoor kunnen bewijzen worden gevraagd. Het is van belang de eisen die aan de financiële en economische draagkracht worden gesteld, dusdanig te kiezen, dat een ieder die in staat is om de opdracht naar behoren uit te voeren ook kan meedingen. Bij het bepalen van de eisen die worden gesteld, moet ook de positie van het MKB aandacht krijgen.
De eisen die worden gesteld moeten in redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de opdracht. 

Uitgangspunt van de wet is dat in beginsel geen omzeteis wordt gesteld (artikel 2.90 Aanbestedingswet 2012). Als een aanbestedende dienst toch omzeteisen wil stellen, dan moet hij dit met zwaarwegende argumenten motiveren in de aanbestedingsstukken. Het stellen van een omzeteis kan aan de orde zijn wanneer er daadwerkelijke risico’s zijn voor wat betreft de capaciteit aan personeel en materieel ten behoeve van de tijdige, correcte oplevering van de opdracht door de uiteindelijke contractant. 

Als de aanbestedende dienst zwaarwegende argumenten heeft en dus omzeteisen stelt, dan mogen ze niet meer dan drie maal de geraamde waarde van de opdracht zijn. 

In de Gids Proportionaliteit wordt aangegeven dat bij het stellen van een omzeteis het beste kan worden uitgegaan van een glijdende schaal. Bij een eenvoudige opdracht zal het belang van een omzeteis aan de onderkant van de schaal liggen en bij een meer ingewikkelder opdracht kan een omzeteis van enige omvang wenselijk zijn. Bv. 50%, 100% of 150%. Zie verder paragraaf 3.5.2.1 van de Gids Proportionaliteit. 

Bewijzen
Een ondernemer kan zijn financiële en economische draagkracht in ieder geval aantonen door een of meer van de volgende middelen (artikel 2.91 Aanbestedingswet 2012):

  • passende bankverklaring
  • een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s
  • overleggen van balansen of balansuittreksels
  • een verklaring van de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de overheidsopdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum van de onderneming of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn.

    De opsomming van bewijsmiddelen is niet-limitatief. De aanbestedende dienst kan andere bewijzen toelaten. 

    Relevante voorschriften uit de Gids Proportionaliteit:
    voorschrift 3.5D (over zekerheidsstelling)
    voorschrift 3.5E (over accountantsverklaring)