Een aanbestedende dienst moet opdrachten in beginsel opdelen in percelen, ook als de opdracht (gemotiveerd) is samengevoegd (artikel 1.5 lid 2 Aanbestedingswet 2012), tenzij de aanbestedende dienst dit niet passend vindt. Dat moet dan gemotiveerd worden in de aanbestedingsstukken. 

Voor opdelen in percelen kan bijvoorbeeld gekozen worden in de volgende gevallen:

  • Gebleken is dat de opdracht verschillende expertises vraagt die niet in één onderneming verenigd zijn.
  • De aanbestedende dienst wil ook wat kleinere ondernemingen in de gelegenheid stellen om mee te dingen naar een deel van de opdracht.
  • Om in een bepaald marktsegment niet van één onderneming afhankelijk te worden. 

Indien een zeer omvangrijke opdracht niet is opgedeeld in percelen, dan wel in zeer grote percelen, dan wordt een belangrijk deel van de markt uitgesloten. Dit is niet in het belang van het bedrijfsleven, maar ook niet in het belang van de aanbestedende dienst (marktinperking). Er kan dan sprake zijn van disproportionaliteit en niet van een goed evenwicht. 

Het begrip perceel wordt bij aanbestedingen ook nog gebruikt in de zogenaamde percelenregeling. Zie bij dat onderwerp een nadere toelichting.