Op basis van deze regeling mag een aanbestedende dienst bij aanbesteding van een werk, dienst of levering een deel van de opdracht (perceel) buiten de (Europese) aanbesteding worden gehouden, mits dit deel in euro’s of procenten bepaalde waarden niet te boven gaat. Zie de relevante wetsartikelen hiervoor:

Voor de raming van de waarde van de opdracht tellen alle percelen mee.
Als de totale waarde van de percelen boven het Europees drempelbedrag uitkomt, moet elk van de percelen Europees worden aanbesteed. Ook al komt de waarde van een afzonderlijk perceel onder het drempelbedrag uit. 

Op deze hoofdregel is in de percelenregeling een uitzondering gemaakt: aanbestedende diensten hoeven afzonderlijke percelen niet aan te besteden volgens de Europese aanbestedingsregels, wanneer de totale geraamde waarde van zo´n perceel voor diensten of leveringen niet meer dan € 80.000,-- ex BTW bedraagt en voor werken niet meer dan € 1.000.000,-- ex BTW, mits de totale waarde van de niet aan te besteden percelen niet meer bedraagt dan 20% van de totale waarde van alle percelen. Dit houdt echter niet in dat de waarde van deze percelen niet wordt meegeteld bij de waardebepaling van alle percelen samen om te bezien of deze waarde boven het drempelbedrag uitkomt.

Twee voorbeelden:
1. In een opdracht voor dienstverlening worden vier percelen onderscheiden:

                perceel A            € 90.000
                perceel B            € 20.000
                perceel C            € 20.000
                perceel D            € 85.000

De totale waarde van de percelen bedraagt € 215.000. 20% daarvan is € 43.000. De percelen A en D komen al boven de € 80.000 uit, dus die moeten Europees worden aanbesteed. Voor de percelen B en C geldt dat ze én onder de € 80.000 blijven én samengeteld onder de 20% van de totale waarde blijven. De percelen B en C hoeven dus niet Europees aanbesteed te worden.

2. In een opdracht voor leveringen worden drie percelen onderscheiden:

                perceel A            € 150.000
                perceel B            € 20.000
                perceel C            € 30.000

De totale waarde van de percelen bedraagt € 200.000. 20% daarvan is € 40.000. Perceel A moet Europees aanbesteed worden, omdat dit al boven de € 80.000 uit komt. De percelen B en C blijven onder de € 80.000, maar samengeteld komen ze boven de 20% van de totale waarde uit. Dit betekent dat er een keuze gemaakt moet worden tussen perceel B of perceel C om niet Europees aan te besteden. De percelen B en C komen immers afzonderlijk niet boven 20% van de totale waarde uit en bedragen afzonderlijk ook niet meer dan € 80.000. Beide percelen B en C echter samen niet Europees aanbesteden mag niet omdat zij samen opgeteld weliswaar onder de € 80.000 liggen maar boven de 20% van de totale waarde uitkomen.

Eigen beleid
De percelen die volgens de percelenregeling niet Europees behoeven te worden aanbesteed, moeten wel volgens het eigen beleid worden aanbesteed. De overige percelen dienen wel Europees aanbesteed te worden, wanneer de waarde van alle percelen samen, inclusief het vrijgestelde perceel, boven het drempelbedrag uitkomt.

Leveringen en de percelenregeling
Voor leveringen geldt bij de percelenregeling dat het moet gaan om homogene leveringen die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden gegund (artikel 2.19 lid 1 Aanbestedingswet). Onder homogene leveringen verstaat de Europese Commissie leveringen die voor eenzelfde doel bestemd zijn, bijvoorbeeld leveringen van verschillende levensmiddelen of verschillende kantoormeubelen. Dit betekent dat bij splitsing in percelen van de levering van niet-homogene goederen, die gelijktijdig plaatsvindt, de toetsing aan de drempelwaarde per perceel kan plaatsvinden. Zo kan het voorkomen dat een gelijktijdige opdracht voor de levering van stoelen en tafels in sommige gevallen niet behoeft te worden opgeteld (bv. bureaustoelen voor de kantoren en vergadertafels voor vergaderruimten), terwijl als het gaat om stoelen en tafels die een homogeen geheel vormen (bv. voor dezelfde vergaderruimte) dit wel moet.