Overige (algemene) randvoorwaarden bij de raming van de waarde van de opdracht.

  • Het toetsingsmoment voor het bepalen van deze waarde is het moment van het versturen van de aankondiging, of als aankondiging niet verplicht is, op het tijdstip waarop de procedure voor gunning door de aanbestedende dienst wordt ingeleid. Eventuele fluctuaties daarna kunnen wel voorkomen, maar beïnvloeden de beslissing over toepassing dus in beginsel niet. Er moet een betrouwbare en objectieve onderbouwing zijn voor de berekening van de waarde in gevallen dat deze fluctuaties leiden tot discussie over de toepasselijkheid van de aanbestedingsregels.
  • Indien de waarde van de opdracht vooraf niet kan worden vastgesteld, moet hiervan een reële inschatting worden gemaakt.
  • De aanbestedende dienst mag niet een bepaalde ramingsmethode gebruiken met het doel de opdracht aan de toepassing van de Europese aanbestedingsrichtlijn te onttrekken.

Voor meer specifieke berekeningen (bv. een bepaalde looptijd, regelmatig voorkomende diensten, homogene goederen, verzekeringsdiensten etc.) wordt verwezen naar de onderstaande wetsartikelen.

Relevante artikelen uit de Aanbestedingswet

raming algemeen: artikelen 2.13, 2.14 en 2.15
raming van werken: artikel 2.16
raming van diensten: artikel 2.17 en 2.21
raming van leveringen: artikel 2.20 en 2.21